Bienvenue chez les Terne des Coris

 Irish Red & White Setters

 

News!

   L’élevage Terne des Coris regarde vers l’avenir avec Musette

  De kennel Terne des Coris gaat de toekomst in met Musette

  The kennel Terne des Coris is looking to the future with Musette

 Blick nach der Zukunft mit Musette aus Zwinger Terne des Coris

  info: Nouvelles - breeding news 

Terne des Coris Mambo disponible pour saillie / Ter beschikking als dekreu / Available for stud / Als Deckrüde verfügbar

Terne des Coris Mambo ( °4/7/2013)
DNA tested
HD A - ED 0/0
CLAD free by parentage
von Willebrand free by parentage
PRA (rcd1) NN free by DNA

Avec le certificat ADN, les tests de santé actuellement disponibles, le test de comportement social et le test d'aptitudes naturelles Terne des Coris Mambo est maintenant disponible pour saillie pour femelles compatibles.

Met certificaat DNA, de huidig beschikbare gezondheidstesten, de socialisatietest en de test van natuurlijke aanleg is Terne des Coris Mambo beschikbaar voor dekking voor gepaste teven.

Having his DNA certificate, as well as the available up to date health tests, social behaviour test and test of natural qualities, Terne des Coris Mambo is now available for stud for appropriate females. 

Mit seinem DNA Zertificat, den heutigen verfürbaren Gesundheitstesten sowie dem Sozialverhaltentest und dem Test für naturelle Qualität ist Terne des Coris Mambo zu passenden Hündinnen verfügbar.

 

 

Petite présentation

Exclusive's Glamour avec 2 de ses jeunes de la première nichée Terne des Coris, Mambo et Musette

C’est en 1982 que nous - mon mari, moi-même et notre chat siamois - avons accueilli notre premier Setter Irlandais Rouge à l’âge de 6 semaines… Verdict du vétérinaire lors de la première visite : ‘très bon chiot, mais il a un besoin impératif de se dépenser suffisamment tous les jours, sinon vous aurez des problèmes’ ; conseil que nous avons suivi d’emblée. Ce chiot s’est développé en un excellent compagnon, très sportif ; et n’ayant jamais eu de problèmes de santé, il a vécu jusque 15 ans et demi. D’une nichée née 4 ans après, nous avons gardé un de ses fils. J’ai dû les faire euthanasier tous les deux quelques mois après le décès de mon mari.

Par la suite et par l’intermédiaire d’un membre de ma famille, j’ai accueilli une femelle SI Rouge trouvée ; petite femelle visiblement issue d’une lignée de travail et en très mauvais état aussi bien physiquement que psychologiquement. Ensemble nous avons remonté la pente de la vie et c’est elle qui m’a permis de mieux connaître et comprendre le Setter Irlandais sous toutes ses facettes. Par soucis de lui trouver la meilleure vie possible, je me suis plongée dans l’éducation canine en fréquentant des clubs d’obéissance, puis – mieux - d’éducation ; et en suivant maintes conférences, formations et autres j’ai pris un maximum d’informations en tout genre.

Ce sont Jean et Noëlla Duhant qui m’ont fait connaître le Club du Setter Irlandais. Quelques initiations à la chasse organisées à l’époque par l’ISC - si je ne me trompe pas - à l’initiative entre autres de Ronny Blomme épaulé par quelques passionnés du chien de chasse, m’ont également ouvert les yeux sur la vraie nature du Setter Irlandais et pour laquelle il a été réellement créé. C’est là que j’ai appris également  l’existence des ancêtres et par conséquent de l’histoire de nos Setters Irlandais, le Rouge et Blanc, et que j’ai fait la connaissance des ‘Exclusive’s’, leur premier représentant en Belgique et sur le continent européen. Les quelques années que j’ai passées au sein du comité du club e.a. sous la présidence de Dirk Vervenne, et une conférence internationale organisée et présentée par ce dernier avec le support logistique de l’ISC en 2004 au sujet du Rouge et Blanc m’ont permis de mieux connaître le monde du chien en général et en particulier du Setter Irlandais Rouge et Blanc, ayant en Dirk Vervenne une source d’informations indéniable le concernant sous la main. De longues et fréquentes conversations ont suivi à son sujet.

Cela m’a permis de mieux connaître le Rouge et Blanc, d’autant plus qu’il m’attirait étrangement par son physique qui me rappelait le plus notre premier Rouge surtout du point de vue morphologique: chien plus rectangulaire et compacte, robuste avec un poitrail relativement large, pas trop grand ni lourd, ce qui permettait une endurance importante ; oreilles plus courtes et implantées plus haut, poils moins abondants.

Quand j’ai perdu ma petite femelle Rouge j’ai donc décidé de prendre une femelle Rouge et Blanc, Exclusive’s Glamour, mon premier chien dont je connaissais toutes les origines par son pédigrée. Il a fallu quelque temps pour m’adapter au caractère un peu particulier et différent de celui du Rouge, mais j’en suis enchantée. Depuis longtemps dormait en moi l’envie d’élever une portée et ce rêve quelque peu enfoui s’est réalisé en 2013. Par la suite c’est simplement le nom de la rue où j’habite, un chemin de terre en plein bois, qui est devenu mon affixe ‘Terne des Coris’ ; j’espère ainsi contribuer un petit peu à la sauvegarde d’un chien rustique et pas tellement différent de ce qu’il était à l’origine.

  • Mambo et Glammy

  • Mambo, Glammy et Musette

  • Mambo et Glammy

Even voorstellen

Het was in 1982 dat mijn man, ikzelf en onze Siamese kat onze eerste Rode Ierse Setter thuis hebben verwelkomt, een pupje van 6 weken oud… Het vonnis van de dierenarts  bij het eerste bezoek: ‘heel goed hondje, maar indien hij zich niet elke dag voldoende kan uitleven zullen jullie problemen hebben’, een raad die we dus zonder aarzelen hebben opgevolgd. Het pupje is tot een zeer sportieve maar heel goede huisgenoot uitgegroeid ; zonder enig gezondheidsprobleem heeft hij geleefd tot 15,5 jaar. Uit een nestje geboren 4 jaar later hebben we ook een van zijn zonen in huis gebracht. Ik heb ze beide moeten laten inslapen enkele maanden na het overlijden van mijn echtgenoot.

Een tijdje nadien en via een van mijn familieleden heb ik een gevonden Rood IS teefje geadopteerd ; een klein teefje duidelijk afkomstig uit een werklijn en zowel fysisch als psychologisch in zeer slechte conditie. Samen hebben we ons terug opgewerkt en het is dit teefje dat me toegelaten heeft de Ierse Setter beter te kennen en te begrijpen onder al zijn facetten. Bezorgd om haar een zo goed mogelijk leventje te geven, heb ik me verdiept in de hondenopvoeding en ben begonnen hondenclubs te bezoeken, eerst voor gehoorzaamheid en daarna – beter -  voor algemene opvoeding van de hond ; en heb ook zo veel mogelijk informatie genomen op allerlei gebied door deel te nemen aan conferenties, stages enz.

De Ierse Setter Club heb ik leren kennen door Jean en Noëlla Duhant. Enkele jachtinitiaties toen georganiseerd door de ISC – als ik me niet vergis – op initiatief van oa Ronny Blomme bijgestaan door enkele gepassioneerden voor de jacht, hebben me ook de ogen geopend voor de echte natuur van de IS en waarvoor hij per slot van rekening werd gecreëerd. Het is ook zo dat ik het bestaan van de voorouders en bijgevolg ook de geschiedenis van onze Ierse Setters heb vernomen, nl de Rood-Witte, en ik ook kennis heb gemaakt met de ‘Exclusive’s’, hun eerste vertegenwoordiger in België en op het Europees continent. De enkele jaren die ik doorbracht als lid van het comité van de club o.a. onder het voozitterschap van Dirk Vervenne, en een internationale conferentie over de Rood-Witte georganiseerd en voorgesteld door deze laatste onder de logistiek van de ISC in 2004, hebben me toegelaten de hondenwereld beter te leren kennen in t algemeen en meer speciaal de Rood-Witte Ierse Setter, waarbij ik Dirk Vervenne bij de hand had als onbetwisbare bron van informatie. Lange en frekwente gesprekken over de R-W hebben gevolgd.

Dit heeft me toegelaten de R-W beter te kennen, des te meer dat zijn uiterlijk me vreemd genoeg sterk aantrok en me het meest deed denken aan onze eerste Rode Ier vooral wat zijn morfologie betreft : een meer rechthoekige en compacte hond , robuust met een relatief brede borstkas, niet te groot noch zwaar, wat een hoog uithoudingsvermogen toeliet ; kortere en hoger ingeplante oren, een minder overvloedige vacht.

Toen mijn Rood teefje me heeft verlaten heb ik dus besloten een Rood-Wit teefje in huis te nemen, Exclusive’s Glamour, mijn eerste hond waarvan ik de oorsprong kende door haar stamboom. Het heeft me enige tijd gevraagd om me aan te passen aan het enigszins bijzonder en ook verschillend karakter van dit van de Rode Ier, maar ik ben ervan betoverd. Sedert lange tijd had ik in mijn achterhoofd eens een nestje op te brengen en in 2013 is deze enigszins verborgen droom werkelijkheid geworden. Daarna heb ik gewoonweg de naam van de straat waar ik woon, een smal boswegje, als kennelnaam ‘Terne des Coris’ gekozen ; op die manier hoop ik een weinig te kunnen bijdragen in het behoud van een rustieke hond en per slot van rekening niet zo verschillend van wat hij oorspronkelijk was.